Verhuizen
14-05-2007 2007m 22:12 000000000000r door Wieland
Dag Bijlmer, hallo Slotervaart!
Mijn metro was juist de Bijlmer binnengereden, en ik had met weemoed gekeken naar de lichtjes van de flats. In de verte Echtenstein, waarvan alleen de kop nog langs de dreef staat, dan Eeftink, al grotendeels gesloopt, en Egeldonk, en Gravenstein, en Geldershoofd.
Op de kinderboerderij zag ik de lama's lopen. Buiten zong een merel.
De twijfel sloeg toe. Slotervaart? Was dat nou wel zo'n goed idee?
Toen ik mijn appartement ruim drie jaar geleden betrok, had ik dezelfde twijfels als iedere nieuwe Bijlmerbewoner. Zo'n grauwe flat, in een betonnen doolhof vol junks en straatrovers, ver weg van de vertrouwde stad, was dat nou wel zo'n goed idee? Zou ik geen mes tussen mijn ribben krijgen? Zouden mijn vrienden me nog wel durven bezoeken? Stort er geen vliegtuig op mijn huis? En zal er niet drie keer per jaar worden ingebroken?
Maar dan: ik heb een erkende voorliefde voor de zogenaamd slechte buurten. Ik woonde in de Van der Kunbuurt en in De Baarsjes, en vond de Nieuwmarkt altijd al veel gezelliger dan het Amstelveld. Dat de flat op korte termijn grondig zou worden gerenoveerd, en ik dan met stadsvernieuwingsurgentie overal zou kunnen gaan wonen waar ik maar wilde, gaf de doorslag: op 2 december 2003 stak ik de sleutel voor het eerst in mijn voordeurslot.
Ik kan het niet ontkennen: winkelcentrum Ganzenpoort is er de laatste tijd flink op vooruit gegaan. Er wordt op straat niet meer op grote schaal gehandeld in drugs en gestolen waar, en de middernachtelijke schreeuw- en vechtpartijen lijken ook een stuk zeldzamer te zijn geworden. Is dat gewoon seizoensinvloed? Komt het doordat de politie beter zijn werk doet? Doordat er meer opvangplaatsen zijn? Of heeft het misschien toch te maken met de enorme batterij camera's?
Ik was eigenlijk met mijn camera op pad naar elders in mijn onlangs veertig geworden woonwijk om plaatjes te schieten voor bij een stukje dat ik later wel zal schrijven, maar vlak buiten mijn flat trof ik - half verstopt achter een dikke boomstam - deze mand aan. Gevuld met geopende flesjes bier en limonade, met sierlijke linten samengebonden takjes en een paar kaarsen. Ik vermoed - vanwege het heel Surinaamse flesje orgeade en dito flesje Supermalt, dat het iets met winti te maken heeft, maar Google helpt me nauwelijks verder. Wie o wie? (Meer foto's hier.)
(Reacties graag op Amsterdam Centraal)
Nog niet eens zo heel lang geleden werkte ik nog buiten de stad.
Iedere ochtend stond ik in de stromende regen op het perron van NS-station Diemen-Zuid vijf, tien, vijftien, twintig minuten te staren naar een blanco informatiebord, of te turen in de verte of een klein geel lichtpuntje de komst van mijn wederom vertraagde boemeltreintje al aankondigde.
Uiteindelijk kwam dat meestal wel. Zoveel reizigers stonden in de trein opeengepakt, dat die zich als rijpe puist leegspoot op het perron als de deuren zich openden. Ik perste mezelf naar binnen, en met mijn neus onder de zweterige oksel van een medepassagier bereikte ik een klein uurtje later mijn werk. Slechts twintig minuten te laat.
Gelukkig werk ik sinds kort gewoon in Amsterdam.
Sinds vorige maand heb ik een nieuwe baan, en mijn werkgever was zo goed mij te voorzien van een GVB-abonnement. Voor het traject van de Bijlmer naar Slotervaart heb je een driesterrenkaart nodig, zodat ik nu kostenloos heel Groot-Amsterdam kan doorkruisen.
Dat kwam afgelopen woensdag mooi uit. Kon ik na het werk rechtstreeks met de metro naar Ajax-ADO Den Haag, en na afloop zou ik in een comfortabele bus stappen die me in luttele minuten naar huis brengt. Gratis en voor niks!
Tot zover de theorie.
(Verder op Amsterdam Centraal...)
Op de kleffe broodjes kroket en de bremzoute kippesoep in de bedrijfskantine raakt ieder mens snel uitgekeken. Vreemd is de klacht van het personeel van bedrijven in kantorenpark Bullewijk dus niet dat er zo weinig eetgelegenheid in de buurt is. Gelukkig is stadsdeel Zuidoost een culinaire oase in de barre woestijn van de Hollandse keuken. Surinaams, Turks, Nigeriaans of Chinees, het is allemaal even lekker, en allemaal binnen loopafstand ruim verkrijgbaar. Voor overwerkers een ideale manier om eens te gaan kijken of er aan de andere kant van het metrospoor werkelijk een griezelig ghetto ligt. Eén goed gecoördineerde reclamecampagne zou zowel de Bijlmer als de horeca in de wijk veel goed kunnen doen. Maar het stadsdeel beschikte anders.
"Zuidoost", antwoordde ik toen iemand me onlangs vroeg waar ik eigenlijk woonde. Mijn gesprekspartner corrigeerde me kordaat: "De Bijlmer dus."
De Bijlmer. Het woord roept onverbiddelijk beelden op van grauw beton, verloedering, criminaliteit en vliegrampen. Een beeld dat steeds minder terecht is, want de vernieuwing van de Bijlmermeer is in volle gang. Toch ziet het stadsdeel de naam het liefste in de vergetelheid raken, want eenmaal gevestigde reputaties zijn moeilijk bij te stellen. Langzaam wordt de Bijlmer weggepoetst uit het vocabulair van bestuur en bewoners. Zo komt het dat het stadsdeel inmiddels volhangt met verwarrende straatnaamborden. Zijn we hier nou in Zuidoost, in Groeneveen of toch gewoon in de Bijlmer? Wie het weet, mag het zeggen.
Maar kennelijk heeft de langzame hersenspoeling nu dan toch vat op me gekregen: Zuidoost, zei ik.
